• Like us on Facebook
  • Follow us on Twitter

Alles over uw tuin

De natuur in Juni

De koolmezen, waarvan de jongen in de tweede helft van mei uitvlogen, beginnen nu aan hun tweede broedsel. Gewoonlijk gebruiken ze daarvoor nestkastjes die door tuin- en vogelliefhebbers zijn opgehangen en tijdig worden schoongemaakt. Waar dergelijke kastjes ontbreken, maken ze ook gebruik van andere holten zoals spechtegaten, metalen pijpen, ja zelfs brievenbussen. Een tuinbezitter mag blij zijn met een mezennest in de buurt. Een broedsel krijgt, vóór het uitvliegt, ruim tienduizend insecten als voedsel.

Wees niet bang als er in de tuin een hommelnest wordt aangetroffen. Hommels zijn helemaal niet agressief zolang het nest met rust wordt gelaten. Ze komen ook niet af op zoetigheid die voor mensen is bestemd zoals wespen dat wel doen. Het zijn ijverige bloembezoekers die een grote rol spelen bij de bestuiving van veel soorten bloemen. Hommels maken hun nest meestal in de grond waarvoor ze verlaten muizen- of mollengangen gebruiken. Andere zoeken nestkastjes of boomholten op.

De grote libellen of glazenmakers verschillen aanmerkelijk van de tengere waterjuffers. Zittend op een blad of stengel houden ze hun vleugels gespreid, terwijl de waterjuffers die boven hun lange achterlijf samenvouwen. Zoals waterjuffertjes vliegend op een helicopter lijken, doen de glazenmakers aan tweedekkers denken. Het zijn ook net jachtvliegers als ze een prooi vangen. Van op de vaste uitkijkpost schieten ze plotseling de lucht in en vangen een vliegend insect waarna ze weer op dezelfde plek landen.

Op de oevers van rijk begroeide plassen groeit de wateraardbei, een plant met mooi gevormd, handvormig ingesneden blad, dat van onderen bijna wit is. Deze plant bloeit nu met purperrode bloemen, die lijken op een vijfpuntige ster, met in het midden een bijna zwarte aardbei. De rode ster, die zou kunnen aanzien worden als een kroon, is in werkelijkheid de kelk. Van kroonbladeren is bijna niets terug te vinden. Hoewel familie van onze aardbei, zijn de vruchten van deze plant niet te eten.

Larven van de spinnende watertor zijn te vinden in kleine dichtbegroeide sloten. Ze zijn log en zwaar gebouwd en kunnen niet zo best zwemmen. Ze kruipen dan ook liever rond tussen de waterplanten dicht onder de waterspiegel en vlak langs de oever. Snel bewegende dieren zoals kikkervisjes kunnen ze niet vangen, wat de larven van de waterkevers wel lukt. Ze zoeken het liever in dieren die bij hun eigen traagheid passen, met name waterslakken. Met hun sterke kaken kraken de larven van de watertor de slakkenhuisjes en eten vervolgens de inhoud op.