• Like us on Facebook
  • Follow us on Twitter

Alles over uw tuin

De natuur in augustus

Op de heide is een merkwaardige plant te vinden, die er uitziet als een wirwar van rode draden waaromheen kluitjes onduidelijke lichtroze bloemen. Bladeren draagt dit duivelsnaagaren (Cuscuta epithymum) niet. Wie de kluwen probeert te ontwarren, ontdekt al snel dat de draden stevig aan de heidetakjes vastzitten. Dit warkruid is een parasiet die met zuigwortels in de heidetakken dringt en er de sappen uit opzuigt, vandaar het ontbreken van bladeren.

Bij het springzaad (Impatiens) komen nu de eerder zeldzame vruchten tot ontwikkeling. Bij de minste aanraking spatten ze open waarbij de zaden de lucht worden ingeslingerd. Dit verschijnsel is het gevolg van spanningen die in de vrucht tot stand komen en zich plots ontladen.

In poldersloten en in kleiputten in de uiterwaarden (tussen dijk en zomerkade van een rivier gelegen en meestal met gras begroeide stukken grond) bloeit nu volop de gele watergentiaan (Nymphoides peltata). Dit is een plant met kleine waterlelie-achtige bladeren, die langs de rand donkere vlekjes dragen waardoor ze, drijvend op het water, gekarteld lijken. De gele bloemen steken iets boven het water uit. De watergentiaan is voornamelijk te vinden daar waar de bodem van de wateren uit klei bestaat. In de klei kruipt de wortelstok die de bladeren en bloemen vormt.

Er bestaan nogal wat trekvlinders in ons land. Dat zijn de nakomelingen van de vlinders die hier in de lente van uit het zuiden gearriveerd zijn. Zij trekken in het najaar naar het zuiden omdat ze in onze winter niet kunnen overleven. Distelvlinder en pistooltje horen daarbij maar ook de bekende atalanta. Dat is de zwarte admiraalvlinder met de mooie rode banden over de bovenkant van de vleugels. Hij wordt ook wel nummervlinder genoemd. Op een vleugelkant staat het cijfer 980.

Nu de wegbermen op een natuurlijke manier worden beheerd, werd een onderzoek verricht naar hetdierenleven langs de wegen. Vastgesteld is dat van de 50 soorten zoogdieren er 20 (dus 40 %) ook in wegbermen leven. 40 van de 200 vogelsoorten vinden er leefmogelijkheden. Alle hier levende reptielsoorten hebben er hun vaste verblijfplaats. Van onze dagvlinders leeft bijna de helft op karakteristieke wegbermplanten. Gezien de bermen steeds beter worden beheerd stijgt tegelijk ook het aantal aldaar aanwezige vlinders.

De winterakonieten zijn boven de grond. Ze bloeien met goudgele bloemen die wel op wat grote boterbloemen lijken. Ze hebben alleen maar bloemblaadjes. Winterakonieten komen eigenlijk niet in de vrije natuur spontaan voor. Meestal zijn ze in tuinen op te merken.

Aan de wijze waarop een dennenappel werd aangevreten kan goed afgeleid worden wie zich aan de zaadjes tegoed deed. Een eekhoorntje knaagt, zoals muizen dat doen, haast alle schubben van het centraal deel weg. Vogels zoals de bonte specht en de kruisbek halen de zaadjes één na één tussen de schubben uit.

Hebt u de zanglijster al gehoord? Deze bruine vogel, met zijn lichte, donker gespikkelde buik, zingt al op de meeste plekken, vooral tijdens de morgenduren. Zijn zang heeft iets juichends en steeds herhaalt hij twee namen: Marietje, Marietje, Filiep, Filiep. Nestelen doen zanglijsters vooral in tuinen, soms nogal laag bij de grond. Veel broedsels worden aldus verstoord door rondzwervende katten. De zanglijster begint vaak al in maart met nestbouw. Zingende vogels zijn mannetjes die op deze wijze hun terrein afbakenen.