• Like us on Facebook
  • Follow us on Twitter

Alles over uw tuin

Staakbonen helpen

Controleer de groei bij staakbonen en zie of alle ranken zich rond de staak of koord hebben gewonden. Hier en daar moet wel wat geholpen worden. Let goed op want de rank windt zich slechts in één richting. Kijk en handel met als voorbeeld de reeds klimmende ranken. Doe je het fout, dan komt de rank terug los.
(meer…)

Tomaten

Om bij tomaten een opbrengst aan degelijke vruchten te verzekeren, is het nodig bij de opgroeiende planten hooguit vijf bloemtrossen over te laten. Wat nog verder aanwezig is wordt weggenomen. Daarnaast moeten alle nog te voorschijn komende zijscheuten worden uitgenepen terwijl ook voor een degelijke steun dient gezorgd. De vaststelling dat onderaan de stam de bladeren krullen en broos zijn, kan wijzen op een tekort aan magnesium. Hieraan kan worden verholpen door aan het gietwater wat magnesiumsulfaat toe te voegen.

ontsmetten van steunmateriaal

Het ontsmetten van steunmateriaal is geen overbodige maatregel. De beste methode blijft nog steeds alles stuk voor stuk in de ontsmettingsvloeistof onder te dompelen. Wie over geen passend recipiënt beschikt kan het probleem oplossen door het graven van een geul in de grond, lang en breed genoeg. Die wordt bekleed met een laag plasticfolie. De wanden steunen de plastic die aldus een ondoorlatende bodem vormt. Wie aan de degelijkheid van het geheel twijfelt, kan een dubbele laag leggen. In elk geval komt alleen plastic van minstens 0,4 mm dikte in aanmerking. Het hoge gehalte aan water bij de aardappel (70 tot 80 %) is er de oorzaak van dat de knollen geen echte rusttoestand doormaken.
(meer…)

Moestuintips voor april

Vlinderbloemige planten werken samen met bacteriën van het geslacht Rhizobium. Dit is een symbiose die dus wederzijds voordeel oplevert. De bacteriën gebruiken de luchtstikstof voor de opbouw van hun eiwitten, die achteraf in de bodem omgezet worden tot voor de plant opneembare stikstofverbindingen. Vandaar dat dergelijke teelten geen extra stikstoftoediening vergen. Anderzijds profiteert de bacterie voor haar energiebevoorrading van de energierijke koolstofverbindingen die de plant via de bladgroenverrichting opbouwt. De aanwezigheid van de bacterie stimuleert de plant tot het vormen van speciale organen de z.g. wortelknolletjes, waarin deze symbiose gestalte krijgt.

Wie in kas bonen wenst te telen dient deze in kistjes te zaaien in een mengsel van vochtig zand of zaagmeel vermengd met zaaigrond. Onder een dek van plastic of glas zullen de plantjes reeds na een tiental dagen boven de grond komen om kort daarna te worden uitgeplant. Deze teelt kan nu ook onder glas worden gezaaid, wat eveneens een vroege oogst zal opleveren. Als tussenteelt kan voor wat radijs of snijsla worden geopteerd. Noteer wel dat de bak beslist dicht moet kunnen zodat de bodem goed kan opwarmen.

Het is nu tijd om te spitten en te bemesten. Wie een bodemmonster liet nemen, dient het daaruit voortkomend advies nauwgezet op te volgen. Noteer dat stalmest nog steeds het beste is. Daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van bentoniet, een kleimineraal dat, vooral op zandige bodems, het humusgehalte zal bevorderen. Het kan daarnaast ook uitstekende diensten bewijzen in de composthoop. Een gelijkaardige werking heeft gedroogde zeewier dat, naast een ganse reeks sporenelementen, ook heel wat magnesium bevat. Beendermeel wordt bij voorkeur gebruikt bij het opzetten van de composthoop, à rato van 15 kg per m3. Het bevat kalk, fosfor en stikstof en is vooral belangrijk om zijn langzame werking.

Venkel wordt verbouwd vanwege de verdikte stengelvoet. In warme streken is venkel beter bekend, maar ook in onze streken is venkel goed te verbouwen. In lichte en voedzame grond kan de oogst na 3 tot 4 maanden gebeuren. Van nu tot volgende maand kan rechtstreeks in volle grond worden gezaaid. De plantjes worden in de rij uitgedund op 15 cm. Tussen de lijnen is er een afstand van 40 cm. Kies voor de teelt van venkel een zonnige plaats. Venkel kan doorlevend of als een eenjarig gewas worden geteeld. Doorlevend wordt de plant zowat 2 m hoog. Meestal wordt evenwel voor de eenjarige teelt gekozen.

Moestuintips voor augustus

Vergelingsvirussen worden van plant tot plant overgedragen door bladluizen. Infecties met deze virussen veroorzaken aanzienlijke opbrengstverliezen bij een aantal belangrijke gewassen. Tot nu toe worden virusinfecties voorkomen door bladluizen met pesticiden te bestrijden. Er is daarom vraag naar alternatieve, milieuvriendelijke manieren om de bladluizen en virusziekten te beheersen. Uit onderzoek over de overdracht van het aardappelbladrolvirus door de groene perzikbladluis bleek dat de virussen zich vermeerderen in het suikerrijke plantensap dat door de luizen wordt afgetapt. Vervolgens komen ze in het speeksel van de bladluis terecht waardoor andere planten geïnfecteerd kunnen worden.
(meer…)

Knolvenkel telen

Knolvenkel zal het best gedijen op een bodem rijk aan voedende bestanddelen en op een warme plek in de tuin. Er wordt ter plaatse gezaaid in een ondiepe voor. Later wordt uitgedund op 25 tot 30 cm afstand. De rijen dienen op 50 cm van elkaar te liggen. De planten moeten steeds over voldoende vocht kunnen beschikken, zoniet komt de knolvorming in het gedrang. Zaai niet te vroeg want als het weer langs de koele kant is, bestaat er kans op doorschieten.

Hakken of mulchen

Het hakken tussen gewassen betekent onkruidgroei breken, lucht tot bij de wortels brengen en de haarbuiskracht van de bodem verstoren. In de bioteelt wordt echter de voorkeur gegeven aan een degelijke bodembedekking. Daardoor blijft de bodem vochtig, wat tijdens periodes van droogte van enorm belang is, en bestaat er geen gevaar dat de wortels van de gewassen worden geschonden.

Moestuin tips

Het is totaal verkeerd een nieuw aspergebed aan te leggen op de plaats waar reeds eerder asperges werden geteeld. De teelt op oude aspergegrond levert altijd minder goede resultaten op dan op verse grond. De groeikracht neemt sneller af en de planten sterven vlugger af. Dit verschijnsel staat bekend als de herinplantziekte, waardoor slechts 5 tot 6 jaar asperges van een gewas kunnen worden gestoken in plaats van tien jaar. Verantwoordelijk hiervoor is een bodemschimmel van het geslacht Fusarium, de veroorzaker van voet- en wortelrot.
(meer…)